Sinds enige weken is huize FV opzoek naar een koopwoning. Risicomijdend als wij zijn wilden we eerst huren voordat we definitie in Amsterdam zouden gaan wonen. Helaas zijn de prijzen hier dermate hoog dat het prachtige landgoed met een stukje bos en een dubbele garage er niet in zit, maar dat is acceptabel. Voor nu tenminste.

We zijn al een tijdje aan het zoeken naar een huis.

Maar willen we een groot huis of klein huis.

Wil ik mijn droom waarmaken en over tien jaar meerdere panden bezitten of wil ik mijn beeld van een luxe leventje waarmaken en een groot huis kopen waar ik vervolgens 30 jaar de gevolgen van moet ondervinden tijdens de maandelijkse doorsluizing van ons zuurverdiende geld?

Je zou nu denken dat dit een gemakkelijke keuze is, maar dat is helaas niet zo.

Waarom de keuze toch moeilijker is zal ik je uitleggen.

house interior photo
Foto door John Tekeridis op Pexels.com

Zoals veel van jullie waarschijn-lijk wel zullen weten zijn de huizenprijzen in en rondom Amsterdam enorm gestegen in de laatste jaren. Dit heeft er mede voor gezorgd dat huizen die normaliter alleen voor de starters interessant (lees: betaalbaar) waren, nu juist te duur zijn voor de meeste starters en meer in de ‘doorgroei’ categorie vallen. Dit betekend simpelgezegd dat er veel meer mensen geïnteresseerd zijn in die woningen. Het gaat hier dan om woningen die voor vijf jaar geleden circa 200 tot 250.000 moesten opbrengen maar nu voor €320.000 worden aangeboden. Door deze enorme vraag voelen mensen zich ook genoodzaakt om alles uit de kast te halen wanneer ze het huis echt willen hebben. Dit heeft er voor gezorgd dat de huizen in deze prijsklasse nu praktisch altijd boven de vraagprijs verkocht worden. Gezien de grens van €400.000 voor veel van de starters en (voor sommige doorgroeiers) toch net buiten bereik ligt is dit een grens waarna de gekte een beetje afneemt. Niet helemaal, want zelfs in de groep van geïnteresseerd in huizen van een half miljoen zijn er mensen die kost wat kost een huis willen hebben en zo de prijzen omhoog duwen.

Dit is niet alleen slecht voor dat ene huis wat je hierdoor niet kunt kopen omdat iemand anders heeft overboden, maar dit verpest de hele markt. De verklaring hiervoor is het feit dat de huizenprijs sterk afhankelijk is van de verkopen in de buurt en de standaard vraag en aanbod werking. Wil je je huis verkopen? Dan stap je naar een makelaar en/of je kijkt even naar de verkoop van huizen in de buurt. Wat zie je daar? Huizen die lijken op jouw eigen woning, gaan weg voor €300.000?! Maar je zat zelf te denken aan €270.000. Als de andere huizen €300.000 opbrengen dan kan die van jou dat ook wel toch? Zo denkt de makelaar er simpelgezegd ook over en dus zetten jullie het huis voor €305.000 in de markt. Omdat de vergelijkbare huizen ook voor €300.000 zijn verkocht denken de kopers ‘er is schijnbaar interesse in die huizen dus dan moet een prijs van €300 ook wel kloppen, anders kochten mensen de woningen niet’. En zo draagt elke verkoop dus een beetje bij aan de gemiddelde prijs waarvoor een huis ik de buurt te koop wordt gezet. Als de buurman ziet dat jij het huis voor 305.000 hebt verkocht dan zal hij vast zijn huis niet voor 290.000 willen verkopen maar eerder 310.000 vragen. En als de buurman dit niet zelf doet dan zal de makelaar dit wel aanbevelen gezien de makelaar een percentage van de prijs krijgt als provisies. Een hogere prijs is dus ook beter voor de bankrekening van de makelaar.

architecture bushes chimneys clouds
Foto door Pixabay op Pexels.com

Al met al lijkt het dus beter om in het hogere segment te zoeken gezien de gekte daar iets minder merkbaar is en je dus waarschijnlijk minder ‘te veel’ betaald dan dat je zou doen bij een kleinere, goedkopere woning.

Vooralsnog hebben we geen huis gekocht, maar we zijn er druk mee bezig. Wanneer het uiteindelijke besluit is genomen zal ik er uiteraard een artikeltje over schrijven.